Heeft ons werk wel écht zin?

Blog | 21-10-2019Cornelis de Schipper

Cornelis de Schipper is Internationaal Programmamedewerker voor Nigeria en Democratische Republiek Congo bij Tear. Hij reisde begin oktober af naar Nigeria en bezocht hier een project van de Dutch Relief Alliance (DRA). Een heftige reis die veel indruk op hem maakte.

Het komt weleens voor dat er honderd en één verschillende gedachten en gevoelens de revue passeren, terwijl je tegelijkertijd niet goed weet wat je er mee moet. Vandaag had ik zo’n dag. Ik ben in Borno State, in het noordoosten van Nigeria, waar ik het ‘basecamp’ van International Organization for Migration (IOM) in Maiduguri bezoek. Ik merk dat de bizarre (levens)omstandigheden van de mensen hier een vraag bij mij oproept: ‘Heeft ons werk eigenlijk wel écht zin?’

Volgens rapporten hebben meer dan zeven miljoen mensen noodhulp nodig om te kunnen overleven.

Harde cijfers

Veel mensen hebben wel gehoord van Boko Haram. Je kent de terreurorganisatie wellicht van de ontvoering van de 276 meisjes uit de stad Chibok. Michelle Obama besteedde hier aandacht aan met #bringbackourgirls. Of misschien ken je de groep van de verhalen over kinderen die worden ingezet als zelfmoordterroristen. Nu, tien jaar na de eerste aanval door Boko Haram, zijn meer dan twee miljoen mensen op de vlucht. De meeste daarvan verblijven in Borno State, maar ook een flinke groep is over de grens naar Kameroen gevlucht. Volgens de rapporten van het Humanitarian Response Plan (HRP) 2019/2020 hebben meer dan zeven miljoen mensen noodhulp nodig om te kunnen overleven.

Deze cijfers houd ik in mijn achterhoofd als ik vanmorgen opstijg in een UNHAS-helikopter (vanwege veiligheid), om naar Dikwa gebracht te worden. Dit is één van de drie gebieden waar we als Tear werken, samen met andere Nederlandse hulporganisaties uit de Dutch Relief Alliance (DRA). Vanuit de helikopter heb ik goed zicht op Dikwa. Alle vijftien kampen zijn goed herkenbaar aan de vaak witte, vierkante tenten. De stad heeft bijna 80.000 inwoners, waarvan 60.000 vluchtelingen. Een bizarre verhouding. Als we zoveel vluchtelingen zouden opvangen in mijn woonplaats Houten, zou mijn dorp nu uit 200.000 mensen bestaan in plaats van bijna 50.000.

Schijn bedriegt

Terwijl ik door één van de kampen loop, voel ik mij redelijk veilig. Maar schijn bedriegt. Ik loop namelijk op een plaats waar recent een bomaanslag was. Een plek waar vijf dagen geleden nog een aanval plaatsvond.

Het valt me direct op dat er veel verschil zit tussen de kampen qua dichtheid van de bebouwing. Sommige tenten staan hutjemutje, terwijl andere tenten meer ruimte hebben. Mij wordt verteld dat dit komt doordat mensen niet aan de rand van het kamp willen wonen. Dit vanwege het gevaar voor nachtelijke aanvallen. Mensen kiezen voor veiligheid, maar nemen daarbij andere problemen op de koop toe. Zoals uitbraken van cholera tijdens het regenseizoen en gebrek aan privacy. Daarnaast is er gebrekkige toegang tot water en sanitair en is er geen ruimte om gewassen te verbouwen.

Nog lang niet genoeg

Gelukkig bieden verschillende ontwikkelingsorganisaties hulp aan, maar dat dat niet genoeg is wordt mij vrij snel duidelijk. Niet alleen mijn bezoek maakt dit helder, ook de cijfers liegen er niet om. Tot nu toe is maar 39 procent van de benodigde financiering gerealiseerd. Met name voor het werken aan voedselzekerheid en goede voeding ontbreekt nog veel geld. Mijn gedachten en gevoelens kunnen deze beelden en cijfers niet loslaten. Zoveel onvervulde behoeften en noden en een voortdurende onveiligheid maken het aanlokkelijk om jezelf af te vragen of wat we doen wel echt zin heeft.

Juist deze kleine ontwikkelingen zorgen voor een stukje hoop in een omgeving vol geweld.

Hoop

Tear zorgt, samen met lokale partner organisatie Crudan, voor ondersteuning in levensonderhoud aan de meest kwetsbare gezinnen. Ik ontmoet een aantal mensen met een beperking die dankzij dit project een kleine onderneming konden starten. Het probleem is dat er weinig geld omgaat in de gemeenschap, waardoor het voor bedrijfjes moeilijk is om rendabel te zijn. Ondanks dat het een uitdaging is, geeft het hen een mogelijkheid om geld te verdienen waarmee ze voedsel kunnen kopen. Zo zijn deze mensen niet meer alleen afhankelijk van de distributies en zijn ze in staat om gedeeltelijk voor zichzelf te zorgen. Juist deze kleine ontwikkelingen zorgen voor een stukje hoop in een omgeving vol geweld.

Ook in de kampen zit men niet stil. Ruim 660 mensen hebben tegen een vergoeding werk verricht. Dat werk bestond bijvoorbeeld uit het graven van een geul, zodat het water snel weg kan lopen in de regenperiode om wateroverlast te voorkomen. Ook onderhielden ze de kampomgeving. Bovendien ontvingen 760 mensen voedselsupport via inruilbare vouchers.

Toerist in een ondoorgrond bare wereld

’s Middags vlieg ik per helikopter terug en tijdens de vlucht voelt het alsof ik even een toerist was in een wereld waarvan ik de pijn en het verdriet niet goed kan doorgronden. Simpelweg omdat ik niet weet wat deze mensen hebben meegemaakt en wat ze nog door moeten maken. Ik heb niet de zekerheid dat we als hulporganisatie alles goed doen en het juiste doen. Wel weet ik dat de de leefomstandigheden van de mensen hier onwaarschijnlijk zwaar zijn en wij als Tear helpen waar we kunnen. Juist de kleinste ontwikkelingen brengen een stukje hoop in een omgeving vol geweld en onrecht. 

Meer over het project

Ontheemde mensen in Nigeria

Noodhulp in Nigeria

Nigeria (Afrika)
In Nigeria lijden bijna 3 miljoen mensen aan voedseltekorten als gevolg van het geweld van Boko Haram.