Waarom spreken Afrikaanse leiders zo zacht?

Column | 06-06-2018Otto de Bruijne

Het is boven de veertig graden Celcius. Luchtvochtigheid 200 procent. De vullende cassave ligt zwaar op de maag en de hoofden dommelen schommelend naar de vooruitgeschoven buiken. Vijftig Afrikaanse leiders krijgen een workshop over management. Op het whiteboard staat het toverwoord in kapitalen geschreven: MANAGEMENT. Een streep eronder. Dan daaronder een ander woord uit de wereld van resultaten, efficiency en effectiviteit: LEADERSHIP. Ook onderstreept.  

Voor het whiteboard staat de cursusleider: een slanke kleine Aziaat van een jaar of veertig. Strak in het pak. Blakend van energie. Een management-evangelist. Wat doet hij hier in het hart van Afrika? In deze van zweet en insecten en zware grondgeuren vergeven groene soep? Nog geen vijf kilometer verderop wonen naakte sprinkhanen, torren en mierenetende Pygmeeën (een van de oudste bevolkingsgroepen van Afrika). In de stad waar wij zijn leeft het merendeel van de mensen van gras, boomschors en oerwoudwild.  

Hij heeft 15.000 kilometer afgelegd om zijn Blijde Boodschap te ontvouwen.

Het geval wil dat onze Aziaat is uitgenodigd om deze Afrikaanse leiders iets bij te brengen over leiderschap. Dat doet hij niet vanuit zijn Aziatische wereld, maar vanuit de Verenigde Staten van Amerika waar hij een graad gehaald heeft in business & management. En het geval wil dat onze Aziaat gelukkig geen Europeaan of Amerikaan is, maar in zijn gele Aziatische huid duidelijk aan de kant staat van de gekleurde Afrikanen. Een van hen dus. Daar houdt ook alles bij op.  

Want de lessen komen uit de Amerikaanse praktijk en alles wat ooit op aarde over management geschreven en onderwezen is, komt uit die wonderschone Eurikaanse wereld. Mijn Afrikaanse collega’s luisteren beleefd. De Aziaat strijdt een heldhaftige strijd. Hier en daar valt een pen. Iemand schrikt wakker, herstelt zich, gaat plotseling rechtop zitten en knippert met de ogen, maakt zelfs een aantekening. Ja, het is goed dat wij onze Aziaat hebben. Hij heeft 15.000 kilometer afgelegd om zijn Blijde Boodschap te ontvouwen. 

En waarom spreken Afrikaanse leiders zacht? Omdat alleen kleine leiders schreeuwen!

Genoeg! Ik vraag me af wanneer een Afrikaanse cursusleider uitgenodigd zal worden om op de Amsterdamse Zuidas een cursus te geven over Afrikaans leiderschap vanuit de Ubuntu-gedachte: 'Ik ben wat wij samen zijn.' Verbinden. Identiteit als vrucht van samenwerking. Of weer iets anders: de leider als dienaar die de consensus uitvoert.  

In gedachten zie ik de platte hut midden in het dorp in Mali: op een vierkante verhoging kunnen zo’n veertig mensen zitten, maar het dak is zo laag dat niemand kan gaan staan. Want zo zijn wij allemaal even machtig. En waarom spreken Afrikaanse leiders zacht? Omdat alleen kleine leiders schreeuwen! Of de les die Nelson Mandela leerde in zijn jeugd. Hij moest zo leren worstelen dat de overwonnene eervol, en rechtop, het strijdperk kon verlaten. Waar zijn de managementlessen uit Afrika? Waar is de basisles dat verliezers en winnaars toch op een of andere manier samen verder moeten, en dat je daar maar beter rekening mee kunt houden? 

We halen onze schouders op. Dit soort management levert weinig winst op. Wij moeten het van competitie hebben. Toch durf ik te zeggen dat Afrikaanse lessen heel dicht staan bij de lessen van de Tora over gerechtigheid, barmhartigheid en relationeel leven.   

- Otto de Bruijne